The Millers Tale
Lucas Lelieveld

The Millers Tale

Vergeet de bonte waslijnen van Napels. Deze winter klap- peren in de Hortus frisse oud-Hollandse lakens in de Amster- damse wind, als de sterke zeilen van een schip. Ze vertellen van de molens uit de zeventiende eeuw, toen de stad omsloten was door een vijf meter hoge stadsmuur. Op die muur stonden 25 molens waarvan de draaiende wieken al van verre zichtbaar waren, als een soort Kinderdijk avant la lettre. De witte zeilen vertellen ook van kinderen die spelen. Onder woelige wolken laten ze molentjes draaien en gooien ze vliegers de lucht in. En in al die verhalen is een hoofdrol weggelegd voor de wind.

In het ontwerp van de Amsterdamse beeldend kunstenaar Lucas Lelieveld, een serie hangende ‘doeken’, komt alles samen. Allereerst is er is dat scheepszeil, ook handig als molenzeil voor de wieken: het is materiaal dat al vele zee- mijlen heeft afgelegd en stormen heeft doorstaan. Dan
heb je de gaatjes: die werden in het doek gelaserd door
het TextielLab van het TextielMuseum in Tilburg. Ze vormen vloeiende molens en kinderen die de wind gebruiken om beweging op te wekken. Ha, en dan heb je nog die graanvormige gaatjes. Je zou kunnen beweren dat die verwijzen naar zowél een graanmolen áls de planten in de Hortus, waar het lichtkunstwerk te zien is. En wie weet welke verwijzing de wind verder nog laat wervelen tussen het wasgoed.

De bolwerksmolens stonden ooit hoog op de stenen fortificatie en omdat er buiten de muren niet mocht worden gebouwd, was dat de garantie voor zoveel mogelijk wind. Ideaal voor wie er planken wilde zagen, mout wilde malen
of overtollig water weg wilde pompen. Of voor wie gewoon even wenste te zitten, uitwaaiend en -kijkend over de wei- landen met wuivend graan (jazeker!) en het water, waarin de wind kleine golfjes blies. De molens waren gemaakt
van hout, zodat ze in geval van nood snel konden worden opgeruimd. Hoewel de meeste in de achttiende eeuw nog werden vervangen door stenen exemplaren, zijn ze tegenwoordig bijna allemaal verdwenen. De enige bolwerksmolen die je vandaag nog kunt vinden in Amsterdam is De Gooyer, een oude stellingmolen. Na een paar verhuizingen staat
die nu al sinds 1925 uit te hijgen aan de Singelgracht, naast Brouwerij ‘t IJ. Zijn taak, de stad economisch tot grote hoogte stuwen, is volbracht. Van molen De Bloem resteert slechts een gevelsteen in de Marnixstraat.

De voorstellingen op oude prenten en tegels waarin Lelieveld de kinderfiguurtjes die zwaaien met hun molentjes en vliegers vond, bleken aanvankelijk te houterig voor zijn ontwerp. Hij blies er leven in door rijen gaatjes in halfronde vormen te gieten, waardoor de kinderen aan dynamiek en spanning wonnen. Alsof ze daadwerkelijk door de wind worden voort- geduwd, met opbollende kleding.

Daar hangen nu zeilen. Aan hun strak gespannen lijnen creëren ze een extra ruimte binnen de Hortus. Een simpel maar indrukwekkend monument voor de wind. Je moet ‘m niet tegen hebben wanneer je onbeschut op een dijk fietst, maar hij heeft Nederland ook regelmatig de goede kant op gewaaid.

Werk van andere kunstenaars

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Emailadres is verplicht